Boek

Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad

Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad
×
Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad
Boek

Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad

Nederlands
2005
Volwassenen
Verslag van en filosofische bespiegelingen over het proces tegen oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in 1961.
Persoononderwerp Eichmann, Adolf
Extra onderwerp
Titel Eichmann in Jeruzalem : de banaliteit van het kwaad
Auteur Hannah Arendt
Taal Nederlands, Engels
Oorspr. taal Engels
Oorspr. titel Eichmann in Jerusalem : a report on the banality of evil
Uitgever Amsterdam: Atlas, 2005
447 p.
ISBN 90-450-0457-7

Leeswolf

Tien jaar na haar studie over het totalitarisme woonde Hannah Arendt in 1963 als verslaggeefster voor het blad 'The New Yorker' het proces van de nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann bij, die in 1960 door de Israëlische geheime dienst uit zijn toevluchtsoord in Argentinië was gehaald. Arendt hoopte op een interessant proces omdat Eichmann, zo meende zij, "altijd een van de intelligentste van het stelletje" was geweest. Maar Eichmann bleek allesbehalve groots en meeslepend in het kwade. Hij bleek niet demonisch, maar een 'gewoon' miezerig burgermannetje dat enkel bevelen had opgevolgd.

De ondertitel die Arendt haar verslag meegaf, 'de banaliteit van het kwaad', leidde tot hevige polemieken en discussies binnen en buiten de joodse gemeenschap. Hoe kon het onnoemelijke lijden van de joden als 'banaal' worden afgeschilderd? Hoe durfde Arendt de holocaust trivialiseren? Het joodse establishment spuwde haar uit en zij werd als nestbevuilster bestempeld, mede omdat zij daarenboven de joodse raden mee verantwoordelijk achtte voor de massamoorden. Toch werd de 'banaliteit van het kwaad' een geijkt -- tot gemeenplaats geworden -- cultuurkritisch begrip, dat tot op heden met haar naam verbonden blijft.

Arendt hield ervan te provoceren en een ironische toon aan te slaan. Veel misverstanden waren het gevolg van haar ijzige, voortvarende redeneertrant en de stelligheid van haar formuleringen, maar ook van een -- al dan niet bewuste -- misinterpretatie. Arendt bedoelde met haar these zeker niet de daden van lieden als Eichmann te verontschuldigen. De 'banaliteit' van Eichmann ontsloeg hem volgens Arendt niet van schuld. Ongeacht de rol die hij speelde in het systeem, bleef hij een mens, die in staat moest worden geacht tot autonoom denken. Arendt probeerde Eichmanns handelen te karakteriseren in diens hoedanigheid als lid van het nazi-regime, en speciaal als uitvoerder van Hitlers 'Endlösung' van het 'joodse probleem'. Eichmanns handelingen, zo obsceen in hun aard en gevolgen, waren volgens haar zeker niet alledaags. De term 'banaal' was eerder bedoeld om in te gaan tegen de vigerende typering van de nazi-gruweldaden als het resultaat van een boosaardige wil tot het kwade, een behagen scheppen in moorden. Daarmee sneed zij ook heroïsche en esthetiserende beschouwingen van het kwaad de pas af.

Uit het proces in Jeruzalem concludeerde Arendt dat Eichmann geen enkele jodenhaat tentoonspreidde. Het ontbrak hem aan elke morele of immorele motivatie. Hij ging 'gedachteloos' te werk, volgde orders op, voerde ze zo efficiënt mogelijk uit, zonder acht te slaan op de gevolgen van zijn handelen. De menselijke dimensie van deze activiteiten bleef uit zijn zicht, zodat hij de uitroeiing van de joden niet kon onderscheiden van een andere bureaucratisch toegewezen verantwoordelijkheid. Arendt besloot dat Eichmann het oordeelsvermogen ontbeerde dat hem het lijden van zijn slachtoffers kon doen beseffen. Het was niet de aanwezigheid van haatgevoelens die hem in staat stelde tot het begaan van genocide, maar wel de afwezigheid van empathie die de menselijke en morele dimensies van zijn daden tastbaar zou hebben gemaakt. Hij faalde in de uitoefening van zijn vermogen tot denken, dat Arendt definieerde als de bekwaamheid om een innerlijke dialoog met zichzelf te voeren. Het ontbrak Eichmann dus aan de competentie tot zelfreflectie als basis voor een oordeelsvermogen dat hem in staat had moeten stellen om zijn verbeeldingskracht te gebruiken in de beoordeling van zijn daden vanuit het standpunt van zijn slachtoffers. Deze connectie tussen de betrokkenheid bij politieke misdaden en het falen van denken en oordelen, bleef Arendts oeuvre verder inspireren.

Historisch onderzoek zou hebben aangetoond dat Arendts boek bijsturing behoefde. Laat dit misschien zo zijn wat enkele historische details betreft, als geheel blijft haar werk overeind staan. Zoals steeds nodigt Arendt de lezer uit om haar te vergezellen op een moeilijke denkweg, maar het is ook hier weer meer dan de moeite waard om haar te volgen. [Hedwig Billiet]

NBD Biblion

B. Freriks
Het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem in 1961 was niet in eerste instantie een proces tegen een individu. Veel meer ging het eerste grote proces tegen een Duitse oorlogsmisdadiger over datgene wat het joodse volk in de Tweede Wereldoorlog was aangedaan. De joodse filosofe en theologe Hannah Arendt was een van de vele verslaggevers die bij dit proces aanwezig waren. Het verslag dat zij van dit grote showproces maakte, leidde tot veel commotie, in eerste instantie aan joodse zijde, maar ook daarbuiten. Natuurlijk beschreef Ahrendt vrij nauwgezet de procesgang in haar reportages. Dat deden andere verslaggevers ook. Maar zij beperkte zich niet daartoe. Als filosofe hield Ahrendt zich ook bezig met de achterliggende levensvragen en vooral opmerkelijk was haar conclusie dat Eichmann, door de openbare aanklager afgeschilderd als het vleesgeworden kwaad, eigenlijk een heel gewone man was. Een bureaucraat die uitvoert wat hem is opgedragen, los van de inhoud van die opdracht. Daardoor heeft dit boek helaas aan actualiteit niets verloren.