Boek Nederlands

De geesten

Yves Petry (auteur)

De geesten

Yves Petry (auteur)
Een derdewereldarts vertrekt na een relatiebreuk naar een vluchtelingenkamp in Afrika waar hij een teamleider ontmoet die nergens bang voor is en filosofische monologen houdt, maar als soldaten opduiken bij het kamp, stijgt de spanning.
Onderwerp
Dood
Titel
De geesten
Auteur
Yves Petry
Taal
Nederlands
Uitgever
[Amsterdam]: Das Mag Uitgevers, 2019
309 p.
ISBN
9789492478818 (paperback)

Besprekingen

'Het zijn lastige tijden voor onafhankelijke geesten'

Meer dan ooit breken de personages van Yves Petry (51) zich het hoofd over de heersende moraal. In De geesten, zijn eerste boek bij uitgeverij Das Mag, stuurt de schrijver een dokter naar Afrika om het wereldleed te lenigen. 'Ik schrijf uit onenigheid met mezelf en de buitenwereld.'

Is het een kwestie van lef of eerder een jennerige kwajongenstreek om je hoofdfiguren te bedenken met de namen Mark Oostermans en Jeroen Ullings? Literatuurvolgers weten meteen op wie Yves Petry zijn pijlen richt: De Standaard-recensent Mark Cloostermans en Vrij Nederland-redacteur Jeroen Vullings. Zij durfden het ooit aan om iets onwelgevalligs op te tekenen over Petry's boeken. Zo omschreef Cloostermans Liefde bij wijze van spreken (2015) als een 'grillige roman', die 'eigenlijk op en neer [gaat] als een vliegtuig in een luchtzak.'

Het zijn dan ook geen montere, aaibare heerschappen die Petry (°1967) opvoert in zijn nieuwe roman De geesten, al zal de sympathie van de lezer meermaals van kamp wisselen en krijgen beide hoofdfiguren uiteindelijk veel pigment. Mark Oostermans is een 'Dokter zonder Kleur', zeg maar een soort Arts zonder Grenzen. Na een liefdesbreuk met de kordate Kristien Fielinckx - we kennen haar uit zijn vorige boek - zoekt Mark zijn heil in een Afrikaan…Lees verder

Bloed-en-bodemsentiment

Yves Petry schreef 'een roman die tegen de schenen van de tijdgeest aanschopt', meldt zijn uitgever. Maar de schrijver is in De geesten vooral een filosoof die vragen heeft bij de drijfveren van westerse hulpverleners in Afrika.

Artsen Zonder Kleur heet de organisatie die in de nieuwe roman De geesten van Yves Petry (51) in Afrika een vluchtelingenkamp met ziekenhuis opzet. Het is een treffend beeld voor witte artsen in conflictgebieden. Petry stuurt er de arts Mark Oostermans heen op een moment dat de strijd tussen verschillende bevolkingsgroepen gevaarlijk oplaait - denk aan de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Mark maakt een traumatische inval in kamp Bilonga mee waarbij zijn collega Jeroen Ullings wordt ontvoerd; de ware toedracht verneem je pas in het laatste hoofdstuk. Mark wordt in paniek op het vliegtuig gezet door de tolk Ibrahim, loopt verward door de straten van Brussel en over de stadsgrenzen heen het platteland op. Daar wordt hij overvallen door afkeer van het continent waar hij zoveel jaren heeft doorgebracht: 'Die bonte demonstratie van vitaliteit, dat onuitputtelijke Afrikaanse theater? (…) Ze leven en liegen en kletsen er lustig op los, geen moordpartij kan daar een eind aan mak…Lees verder

De geesten

Eerste zinnen. Port-au-Bout, West-Afrika, oktober 2007. Probeer je een zwoele ochtend in de tropen voor te stellen.

Mark Oostermans is net terug van zijn vijfde Afrika-missie voor Artsen zonder Kleur. Onder leiding van Jeroen Ullings probeerde hij in het West-Afrikaanse kamp Bilonga te redden wat er te redden viel, wat – aangezien de kampbewoners gemiddeld slechts 1,8 ledematen hadden – niet echt veel was. Geschokt door wat hij heeft meegemaakt, gaat hij op zoek naar zijn vroegere vriendin Kristien, misschien wel om de verloren jaren in te halen. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe roman van Yves Petry, een hedendaagse pendant van Joseph Conrads Heart of Darkness . De cynische Ullings heeft immers veel gemeen met Kurtz, de koloniaal die in het hart van Congo zijn eigen despotische rijkje oprichtte. De verlichte mens is een voorspelbaar en vervelend wezen, meent hij, iemand die gelooft in de oprechte goedheid van de ontwikkelingswerker, terwijl het allemaal slechts ijdelheid is. Maar – the horror – Petry is geen Conrad. Zijn roman lijdt aan wijdlopigheid en overtuigt nie…Lees verder

De Vlaamse auteur-filosoof (1967) werd bekend met ‘De maagd Marino’, bekroond met de Libris Literatuur Prijs, en met ‘Liefde bij wijze van spreken’*, waarin een ouderloze broer en zus verstrengeld raken in een destructieve driehoeksverhouding met de schrijver-verteller. In deze roman duiken deze personages weer op. De hoofdfiguur, een derdewereldarts, vertrekt na een relatiebreuk naar een afgelegen vluchtelingenkamp in Afrika. De teamleider, ex-jezuïet, capabele arts en stevige drinker, lijkt voor niets of niemand bang en steekt graag uitvoerige filosofische monologen af. Als er op een dag soldaten opduiken die een moordzaak in het kamp willen onderzoeken, stijgt de spanning. De roman schetst een weinig fraai beeld van westerse hulpverleners. De egocentrische hoofdfiguur probeert vooral de krenking die hij bij de relatiebreuk opliep te verwerken. Ondanks enkele wijdlopige passages een intrigerende, vakkundig gecomponeerde, eigentijdse roman die interessante vragen oproept over westers…Lees verder